Hielprik
In de eerste week na de geboorte van uw kind zal de wijkverpleegkundige bij u thuis langskomen voor de hielprik. Uit de hiel van uw baby wordt dan wat bloed afgenomen. Dit wordt onderzocht op 17 zeldzame, maar ernstige ziekten. Het betreffen ziekten van de stofwisseling, de bijnier, de schildklier en het bloed. Deze ziekten zijn vaak erfelijk en kunnen ernstige gevolgen hebben, tenzij ze op tijd ontdekt worden met de hielprik. Er kan dan kan tijdig een behandeling worden gestart met medicatie of een dieeët, zodat schade in de ontwikkeling van uw kind wordt voorkomen.
Het is niet verplicht om de hielprik de laten doen, maar wel wenselijk in verband met de gezondheidswinst die met het onderzoek bereikt wordt.
De bloedziekte waarop getest wordt is sikkelcelziekte. Dit is erfelijke bloedarmoede. Behalve dat het bloed op de ziekte onderzocht wordt, kan er ook gekeken worden naar dragerschap. Dragers zijn zelf niet ziek, maar kunnen de ziekte wel doorgeven als ze zelf kinderen krijgen. Als uw kind drager is, dan ontvangt u hier ook bericht over, tenzij u dit niet wilt weten. Geef dit dan aan bij de wijkverpleegkundige.
Als de uitslag afwijkend is, dan hoort u dit binnen 3 weken. Er zal dan verder onderzoek worden ingezet en dan kan alsnog blijken dat uw kind niet ziek is (foutpositieve uitslag de eerste keer). Verder geldt: geen bericht is goed bericht. Voor meer informatie kijk op www.rivm.nl/hielprik
Gehoortest
Tegelijk met de hielprik wordt door de wijkverpleegkundige de gehoortest uitgevoerd. Het onderzoek is niet pijnlijk, uw kind krijgt alleen even een klein dopje in de oren.
Bij een twijfelachtige uitslag zal de test een paar weken later over gedaan worden.





